Dankzij vijf fondsen is het computerlokaal nu ingericht met 26 computers. Gbeglo Koffi schreef voor de subsidiegevers een verslag, dat als volgt begint:
WEG MET ALLE VORMEN VAN ANALFABETISME
Vroeger waren er in Afrika veel schrijvers. Dat waren geleerde mensen die een kantoor er op na hielden, waar de analfabeten aanklopten voor schrijf- en leeswerk. En meer dan dat: brieven vertalen, formulieren invullen, analfabeten vergezellen als tolk naar elders, en vele andere werkzaamheden. Die schrijvers hadden het druk, want er waren veel analfabeten. In dorpen waar geen schrijver te vinden was namen schoolleerlingen dat werk over, zonder betaling voor leden van de familie.
Het gevolg was dat veel vertrouwelijke zaken aan leerlingen bekend werden wat niet altijd wenselijk en soms gevaarlijk was. Daarom wilden analfabeten zelf ook leren lezen en schrijven en stuurden ook hun kinderen naar school. Als gevolg daarvan zijn de schrijvers verdwenen, maar analfabeten nog niet. De regering wil dat kinderen en volwassenen in ieder geval een basiskennis opdoen.
Omdat de regering er niet in slaagt iedereen op te leiden zijn ook hulporganisaties en enkelingen actief. Nu ontstaat er een andere behoefte door de sterke verbreiding van computers. Er ontstaan andere schrijvers die op de computer teksten tikken voor mensen die dat niet zelf kunnen. Het digitale tijdperk waarin wij nu leven roept een ander soort analfabetisme op. Wie tegenwoordig niet op een computer kan werken, geldt als een analfabeet van de 21ste eeuw. Instituut Zamenhof rekent beide vormen van analfabetismebestrijding tot zijn taak.
1. Leren schrijven, lezen en rekenen
In september 2004 ging Instituut Zamenhof open voor meer dan 300 kinderen en jongeren. Het leerprogramma volgt de officiële voorschriften van de regering. Omdat ook de ouders van de kinderen analfabeet zijn probeert Instituut Zamenhof hun avondcursussen aan te bieden. Hoewel nu bijna alle opgeleide mensen een computer willen leren gebruiken heeft de staat nog steeds geen officieel programma daarvoor, maar particulieren openen winkeltjes waar men kan leren omgaan met de computer. De winkelier kan ook teksten uittikken voor klanten die dat zelf niet kunnen. De geschiedenis herhaalt zich: opnieuw kunnen vertrouwelijke documenten onder ogen komen van vreemden. Instituut Zamenhof moet ook dit analfabetisme bestrijden van de leerlingen en hun ouders.
2. Computers in Instituut Zamenhof
Van meet af aan hebben de stichters van Instituut Zamenhof aan dit probleem gedacht. De leerlingen moeten de computer leren gebruiken, en zo hun eigen teksten tikken, en via email in contact komen met andere mensen in de wereld. IZ denkt niet alleen aan zijn leerlingen maar ook aan hun ouders en andere bewoners van de buurt.
Maar konden de 7 computers die IZ had in de behoefte van allen voorzien? IZ heeft 300 leerlingen en ieder van hen zou eigenlijk een uur per week aan het toetsenbord moeten zitten. Dat is moeilijk te doen met zeven apparaten. Daarom bleven deze zeven gereserveerd voor de leerlingen van het voortgezet onderwijs. De jongere kinderen bleven verstoken van computerlessen en praktijk. Daarom werd een verzoek aan hulporganisaties in Nederland gericht om het aantal uit te breiden tot 26.